Ingehuurde bussen bij de G.T.W.

Door G.J. Gunnink
Als men de mutaties van wagenparkgegevens van autobusbedrijven bestudeerd,
komt men van tijd tot tijd de term “in Huur” tegen.
Deze tendens is vooral de laatste jaren zeer actueel geworden.
Door de openstelling van de vervoersmarkt bepaald de Provincie welk bedrijf het voordeligste of het beste uit de bus komt,
om daarna de concessie te verkrijgen.
Hierbij worden keiharde afspraken gemaakt, zelfs zo keihard dat een busbedrijf ze niet eens kan nakomen,
soms door eigen schuld, maar veelal kan men er niets aan doen, omdat andere partijen hun verplichtingen niet goed nakomen, maar het kost de concessiehouder wel boete’s.
Wij zagen al hoe het ging bij N.S.
Door de onzekere factor bij N.S. werd er geen nieuw materieel aangeschaft, met het gevolg dat men later met een ernstig materieeltekort kampte.
We hebben gemerkt hoe dramatisch de concessieverlening in Brabant geschiedde, dat verdient ook echt de schoonheidsprijs niet.
Hetzelfde gebeurde bij Arriva in de Drechtsteden, men kreeg op korte termijn een concessie, maar men had er nog geen bussen voor.
Uit alle delen van Nederland werden bussen bij elkaar gesprokkeld, d.w.z. van elders ingehuurd, om de concessie te kunnen rijden, want niet rijden betekent concessie kwijt.
Verder verlangt de Provincie dat er lagevloer-bussen moeten komen, want het schijnt dat de jeugd niet meer zo hoog hun benen wil strekken.
Hierdoor is er een landelijke ruilhandel aan de gang tussen de diverse busrayons.
Hoe anders was dit jaren geleden, bijvoorbeeld in 1962.
De G.T.W. had een 15-tal Verheul bussen in bestelling staan, te weten de serie 631-640 en de semi-tourwagens 671-675,
beide van het type VB-10 met A.E.C. componenten.
De lijndienstwagen 631-640 waren voorzien met een semi-automatische Wilson wisselbak en de tourwagens waren uitgerust met een normale ZF-6 versnellingsbak.
De 15 wagens zouden in mei geleverd worden en nodig voor de uitoefening van de nieuwe dienstregeling eind mei.
Door een onverwachtse tegenvaller tijdens de bouw bij Verheul konden de wagens pas in augustus 1962 afgeleverd worden, waardoor de G.T.W. in ernstige materieelnood geraakte.
In die jaren waren de zomermaanden altijd een drukke tijd.
In de wintermaanden konden stilstaande tourwagens ingezet worden op de lijndienst, maar in de zomer is ook dat materieel allemaal nodig.
Hierdoor moest er materieel bijgehuurd worden, daarvoor kwamen 2 Leylands van Maarse & Kroon (136-137) en 5 AEC stadsbussen van het G.V.B.A. uit Amsterdam, t.w. de 210, 214, 216, 242 en 243, de wagens waren van het bouwjaar 1957.
wp319bbe0a.jpg
wp236c42d5.jpg
G.V.B.A. 243 tijdens de inhuurperiode bij de G.T.W.  Doetinchem garage
Met Maarse & Kroon werkte men reeds samen met het reisbureau TransBus.
Het inhuren van bussen was vooral in die periode al een moeilijke zaak, maar de G.T.W. was al lang blij met hetgeen wat ze krijgen kon.
En dan maar hopen dat er tot aan de komst van de nieuwkomers geen al te grote defecten of ongevallen plaats vinden, anders was het leed helemaal niet meer te overzien.
De inzet van de G.V.B.A. stadsbussen leverde voor het personeel geen problemen op, men kent deze wagens goed,
het waren A.E.C.’ s met monocontrol-schakeling en dat kende men al van de A.E.C. wagens 210 t/m 248.
De twee Maarse en Kroon bussen waren van het merk Leyland, een merk dat toen nog niet ingevoerd was bij G.T.W.
Maar een goede chauffeur moet met allerhande wagens kunnen rijden en zo ervaren waren zij wel dat dit geen problemen opleverden.
Deze 7 bussen behielden hun originele uiterlijk en nummers, met bedrukte teksten werden bestemmingen en de naam van het bedrijf kenbaar gemaakt.
Dit gaf soms hilarische situaties, de bewoners van de Achterhoek waren zo vertrouwd met hun gele G.T.W. bus, dat ze niet in een G.V.B.A.-bus durfden te stappen.
Pas toen de chauffeur duidelijk had gemaakt dat hij toch voor de G.T.W. werkte, werd er aarzelend en argwanend ingestapt.
Bij het uitstappen kreeg de chauffeur nog te horen: "De volgende wekke mok w weer die gle bus hemm".
De twee tourwagens verlieten op 16 augustus 1962 het bedrijf, gevolgd door de stadsbussen die op 1 september de Achterhoek verruilden voor de jachtige binnenstad van Amsterdam.
Voor zover ik weet is Verheul nooit beboet voor deze late leveringen, al zal men hooguit de extra huurkosten voor hun rekening genomen hebben.
Dit bewijst toch maar weer dat het leven  vroeger toch gemoedelijker was, en niet zo opgefokt met allerlei plausibele strafbepalingen.
In de gehele G.T.W. busperiode 1923-1977 is het slechts twee keer meer voorgevallen dat men bussen moest inhuren, nl. tijdens de oorlogsjaren 1942 en 1945.
In 1942 werd er een Opel gehuurd van de Fa. Hagenouw met het nummer 10, verdere info onbekend.
In 1945 werden er twee bussen gehuurd van de Fa. Walhof uit Winterswijk, t.w.

198 M-45355  Mercedes bj. 1937 met 32 zitpl.
199 M-61064  Magirus bj. 1938 met 41 zitpl.
Verdere gegevens zijn ons helaas onbekend.

Hierbij wil ik een oproep doen aan alle bezoekers van deze site.
Mocht U beschikken over foto’s van bussen  in G.T.W. dienst genoemd bij dit artikel,
of aanvullende wagenpark gegevens kunnen verstrekken, schroom dan niet dat aan de webmaster door te geven.
Ook andere G.T.W. foto’s zijn welkom, klik de jaartallen aan om te kijken welke foto’s er in ons archief ontbreken.