DE JUBILEUM STOOMTRAMDIENST IN 1956-1957

In 1956 werd op uitbundige wijze feest gevierd in het vervoersgebied van de Geldersche Tramwegen.
De maatschappij vierde haar 75e verjaardag op zeer uitbundige wijze.
Er was echter één programmapunt die bij het publiek zeer bijzonder in de belangstelling stond, n.l. de zogenaamde jubileumritten met de stoomtram, op het nog laatst overgebleven stuk tramlijn van Doetinchem naar Doesburg v.v.
Op 27 juni vond de eerste openingsrit plaats, waaraan door vele gepensioneerden van de Maatschappij werd deelgenomen. De rit werd 3 maal daags gereden tot en met 31 augustus 1956, en het bleek dat men er niet genoeg van kon krijgen. Tienduizenden reizigers werden in die 3 zomermaanden vervoerd, en dat betekende voor dat ene rijtuig steeds een volle bak.

De bedoeling van deze ritten was n.l. om het publiek een indruk te geven naar de omstandigheden zoals men vroeger reisde. Dit vroeger gaf wel enige problemen, daar de G.T.W. niet meer beschikte over het materieel uit 1881. Wat de rijtuigen betrof, was er geen keuze, omdat er nog maar één rijtuig aanwezig was, no. 48, welke in 1910 door Allan te Rotterdam gebouwd werd. Er waren nog wel een aantal locomotieven aanwezig, en de oudste hiervan zou “geknipt” zijn om genoemd rijtuig en een bagagewagen een tramstel te vormen dat een goede indruk zou geven van de wijze van vervoer uit vervlogen jaren.
Deze locomotief was de no. 13  “Silvolde” (Mensen met een bijgeloof zijn meteen genezen, want de 13 bracht geen ongeluk). Deze machine werd in 1900 gebouwd door de Machinefabriek “Breda”, voorheen Backer & Rueb, te Breda. Dit type tramloc kwamen in grote delen van Nederland voor en kregen al gauw de bijnaam “Backertje”.

De rijtijd van de jubileumtram over het 12 km lange traject bedroeg 45 minuten en dat kwam in grote trekken overeen met de rijtijden die vanaf het begin gebruikelijk waren, en welke men nog in de dienstregeling van 1919 kon aantreffen. Nadat de doorgaande remleiding werd geïntroduceerd werd de remweg aanzienlijk korter, en kon de snelheid opgevoerd worden.

De jubileumtram werd in hoofdzaak gereden door machinist A. Smits (die gedurende deze periode wel de meest gefotografeerde Nederlander moet zijn geweest) en door conducteur H.H. Lammers, laatstgenoemde droeg een uniform van een model die 50 jaar geleden ook in gebruik was, en ook plaatsbewijzen uit gaf die zoveel mogelijk uit die tijd overeen kwamen.

De tramdienst bleek in de vakantieperiode een grote attractie voor het publiek te zijn.
Zoals reeds eerder aangehaald zaten de trams stampvol. Het weerhield ouders er niet van om met hun kinderen met dit vervoermiddel te laten kennismaken.
Mensen kwamen niet alleen uit deze streek, van heinde en verre en zelfs uit het buitenland kwam men de sfeer proeven. Er was een oude dame, die speciaal daarvoor uit Amsterdam naar Doesburg was gereisd, en vervolgens met de tram naar Laag-Keppel ging, omdat dit in haar jeugd, toen zij in Doesburg woonde, altijd een zeer geliefd uitstapje was en dat zij graag op deze wijze nog eens wilde meemaken. U moet daarbij ook bedenken dat het verkeersbeeld er toen heel anders uit zag. Auto’s waren er nauwelijks, alleen enkele wielrijders en door paarden getrokken karren. Men had ook absoluut geen haast. De reizigers hadden bijv. ook geen moeite mee dat één van hen onderweg naar een kroeg ging, waarop de tram bleef wachten tot dat hij was teruggekeerd. Dat gemoedelijke is er tegenwoordig helemaal af.
In verband met dit enorme succes van deze jubileumritten, werd na talrijke verzoeken besloten deze ritten een jaar later, in 1957, in dezelfde periode te herhalen.
Zo stoomde in de maanden van juni, juli en augustus van 1957 opnieuw een stoomtram door de straten van Doesburg, op weg naar Doetinchem, en weer gaf dit hetzelfde beeld als het jaar ervoor. Drie keer daags een uitpuilende volle tram. Op 31 augustus 1957 was er dan toch het definitieve einde aangebroken.
Het tramstel werd in een loods opgeborgen, en kwam later in het Spoorwegmuseum te staan.
Later verhuisde het stel naar het Openlucht Museum te Arnhem, wat ik persoonlijk een veel betere locatie vond, maar uiteindelijk kwam het terecht bij de Nederlandse Smalspoor Stichting in het Zuid-Hollandse Valkenburg, en bevindt zich daar anno 2007 nog. Maar persoonlijk zeg ik, het hoort hier thuis, in Gelderland.

Geraadpleegde bron;

Langs Weg en Rail in Gelderland,
Maandblad voor het personeel van de Geldersche Tramwegen
9e Jaargang no. 9/10 1956
Bewerkt door G.J.Gunnink
wp9050b1b3_0f.jpg
wp319bbe0a.jpg
Jubileumtram nabij Doesburg 1956
Foto: H. Luff